De acht LED’s zijn genummerd van 1 tot en met 8. Een enkele knipperende LED geeft normaal een hele waarde aan. Knipperen twee naast elkaar liggende LED’s, dan neem je de linker positie en tel je er 0,5 bij op. De uitzondering is 0,5: alleen LED 1 knippert, maar tweemaal zo snel als bij stand 1.
De opgegeven reeks is: 0,5 · 1 · 1,5 · 2 · 2,5 · 3 · 3,5 · 4 · 4,5 · 5 · 5,5 · 6 · 6,5 · 7 · 7,5 · 8.
| Modus |
Herkenning bij instellen |
Betekenis |
| GRN — groen |
Groen knipperend |
Brandstofaanpassing groene basiszone |
| YEL — geel |
Geel knipperend |
Brandstofaanpassing gele basiszone |
| RED — rood |
Rood knipperend |
Brandstofaanpassing rode basiszone |
| GB — groen/blauw |
Groen met blauw op LED 8 |
Toepassingsafhankelijke functie |
| YB — geel/blauw |
Geel met blauw op LED 8 |
Toepassingsafhankelijke functie |
| RB — rood/blauw |
Rood met blauw op LED 8 |
Toepassingsafhankelijke functie |
Een instellingenreeks wordt in de modusvolgorde genoteerd, bijvoorbeeld GRN-2, YEL-3.5, RED-5, GB-2, YB-4, RB-4.5. Dit is uitsluitend een leesvoorbeeld, geen aanbevolen afstelling voor jouw motor. Op de hoogste stand kunnen de instelkleur en blauw op dezelfde LED 8 afwisselen.
Een actieve balk is geen instelwaarde. Tijdens normaal bedrijf kan het aantal continu brandende LED’s veranderen met de motorbelasting. In de instelmodus lees je de waarde af aan de knipperende LED-posities.